Christen Forum Limburg

 

 

Maandag 23 februari 2026om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt - kleine schouwburg
Toegang: 5,00 euro

Conferentie 3

Wat doen we met onze zorgen voor de wereld?

Philippe Lamberts

Philippe Lamberts

Voormalig parlementslid voor Ecolo
klimaatadviseur van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen   

Wie is Philippe Lamberts?

Op zijn website stelt Philippe Lamberts zichzelf voor:

Hoewel ik in 1963 in de regio Brussel-stad geboren ben, heb ik altijd in Anderlecht gewoond, afgezien van een uitstapje naar Ukkel en vervolgens naar Vorst aan het begin van mijn huwelijk met Béatrice, in 1986. We vestigden ons daar in 1990 en woonden er met onze vier kinderen.

Drie decennia politieke ecologie

Mijn betrokkenheid bij Ecolo gaat terug tot 1991, toen onze vrienden in Anderlecht me overtuigden om terug te keren naar de politiek. Ik had me er al tijdens mijn studie mee beziggehouden, als lid van de Algemene Studentenvergadering van de UCL en twee jaar lang als studentenvertegenwoordiger in de Academische Raad.

Waarom politieke ecologie? De redenen die mij 30 jaar geleden naar de Groenen brachten, zijn sindsdien alleen maar sterker geworden. Het is in de eerste plaats een kwestie van politieke praktijken: in een Belgisch systeem dat vastzit door verdeeldheid en geteisterd wordt door vriendjespolitiek, lijkt Ecolo mij de beste keuze om anders aan politiek te doen. De Groenen nemen burgers serieus en doen een beroep op ieders verantwoordelijkheidsgevoel. Zij zijn ook degenen die verder durven kijken dan de korte termijn, en als we sociale, economische en ecologische rechtvaardigheid willen, dan is dat niet alleen hier en nu, maar ook voor alle bewoners van planeet Aarde, nu en in de toekomst.

Op federaal niveau concentreerde ik me aanvankelijk op internationale betrekkingen en veiligheidsvraagstukken, die me altijd al gefascineerd hebben. In die hoedanigheid schakelde Isabelle Durant mij in als adviseur tijdens de eerste deelname van Ecolo aan de federale regering (1999-2003).

Maar al meer dan twintig jaar ligt mijn belangrijkste politieke focus op de Europese Unie. In 1999 volgde ik Olivier Deleuze op als vertegenwoordiger van Ecolo bij wat toen de Europese Federatie van Groene Partijen heette. In juni 2009 werd ik verkozen tot het Europees Parlement; in november 2009 werd ik herbenoemd voor een laatste termijn van drie jaar als co-partijleider

Een milieuactivist in de zakenwereld!

Hoewel mijn politieke betrokkenheid een ware passie is, was het tot de zomer van 2009 niet mijn beroep. Na mijn opleiding tot civiel ingenieur in de toegepaste wiskunde – waarin ik mezelf had gezworen nooit meer in de IT te werken – ben ik in 1987 in dienst getreden bij een bedrijf dat tot de topspelers in deze sector behoort!

Toen ik aantrad, werd me al snel verzekerd dat ik een commerciële carrière zou hebben. Tapijtverkoper, ik? Geen sprake van, zei ik tegen mezelf. En toch hadden ze ongetwijfeld de passie om te overtuigen in me aangevoeld. Hoe dan ook, het is vooral in deze sector dat ik mijn carrière heb opgebouwd, met industriële klanten (staal, elektronica, automotive, luchtvaart, enz.), van Belgisch-Luxemburgs niveau tot Europees niveau (nu al!). Deze 22 jaar in het hart van de zakenwereld en de industrie hebben me voldoende kennis uit de eerste hand opgeleverd (wat mijn interesse in economische vraagstukken verklaart), om vandaag de dag hun lobbyisten te trotseren. Omdat ik de eerste decennia van de neoliberale globalisering van binnenuit heb meegemaakt, heeft dit hoofdstuk in mijn professionele leven me ervan overtuigd dat er diepgaande heroriëntaties nodig zijn om de economie weer ten dienste te stellen van de menselijke ontwikkeling, en dat we niet bang moeten zijn om te innoveren!

2009: mijn passie wordt mijn werk

In 2008 besloot de algemene vergadering van Ecolo mij als tweede kandidaat voor het Europees Parlement te benoemen. In juni 2009 vertrouwde bijna 23% van de Franstalige kiezers Ecolo in Europa, wat mij tot lid van het Europees Parlement maakte.

Binnen het Europees Parlement moet elk Europarlementslid lid zijn van twee parlementaire commissies en twee interparlementaire delegaties. Deze laatste zijn in wezen fora voor discussie tussen Europese en buitenlandse parlementariërs. Ik kies spontaan voor de delegaties voor China en de Verenigde Staten vanwege het belang van deze twee actoren in mondiale aangelegenheden, maar gezien de zeer algemene aard van hun werk, lijkt hun interesse me al snel beperkt. Aan de andere kant, wat betreft parlementaire commissies, valt mijn keuze op de commissies Economische en Monetaire Zaken (ECON) en Industrie, Onderzoek en Energie (ITRE). Dit is ongetwijfeld waar ik het beste mijn eerdere professionele ervaring heb kunnen benutten en met mijn acties het cliché heb kunnen ontkrachten dat milieuactivisten incompetent zijn op economisch gebied.

Als parlementslid zijn betekent dat je kwaliteitswetgeving maakt ten dienste van het algemeen belang, betekent het net zo goed dat je met beide benen in de maatschappij staat. Concreet betekent dit dat je burgers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verwelkomt in het Parlement, maar ook dat je hen ter plekke ontmoet. Dit betekent zowel het wetgevingswerk toelichten als luisteren naar wat er in de samenleving speelt, om het politieke kompas voortdurend noordwaarts gericht te houden op het algemeen belang.

Na een eerste termijn als Europees parlementslid werd ik tweemaal door Ecolo bevestigd om onze kleuren in het Europees Parlement te vertegenwoordigen. Maar sinds 2014 is mijn functie veranderd, sinds ik door mijn collega's werd verkozen tot covoorzitter van de fractie Groenen/Vrije Europese Alliantie. Hoewel ik met één voet in ECON sta, is mijn rol veranderd: ik geef leiding aan een groep van meer dan 70 Europarlementariërs en meer dan 125 medewerkers, vertegenwoordigt deze groep bij collega's, maar ook bij het voorzitterschap van de Commissie en de Europese Raad, en verdedig en illustreer het politieke project van Groenen in het publieke debat.

Bron: website Philippe Lamberts

Naar boven

We moeten in Europa opnieuw de mouwen leren opstropen’

Interview met Filip Michiels in Doorbraak, 31 december 2024

Vijftien jaar lang was de perfect tweetalige Brusselaar Philippe Lamberts (Ecolo) een van de absolute sterkhouders in het Europees Parlement, waar hij breed werd gewaardeerd om zijn vakkennis en pragmatisme. Medio november stelde Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen hem aan als haar persoonlijke adviseur voor de klimaattransitie. ‘Ik word een bruggenbouwer op het kruispunt tussen economie en ecologie.’

Tegen 2050 wil de EU volledig klimaatneutraal zijn en dat wordt, zo beseft ook Philippe Lamberts maar al te goed, een titanenklus. De consument heeft het stilaan gehad met vaak verregaande klimaatmaatregelen, de Europese industrie kreunt onder de Chinese en Amerikaanse concurrentie én onder de vaak absurde regelgeving. En last but not least: de politieke wind waait in Europa almaar feller uit rechtse hoek. Toch weigert Lamberts mee te gaan in al te veel pessimisme. ‘Ik geloof rotsvast in onze collectieve intelligentie. De uitdaging is enorm, maar we moeten in Europa opnieuw de mouwen leren op te stropen.’

Waarom is er nood aan een extra Europese adviseur voor de klimaattransitie, terwijl er toch minstens ook al twee Europese commissarissen bevoegd zijn voor de verdere uitvoering van de Green Deal, de Spaanse Teresa Ribera en de Nederlander Wopke Hoekstra?

‘Ik zal Ursula von der Leyen adviseren over de al even noodzakelijke transitie van onze economie met het oog op de beoogde klimaatneutraliteit. De focus ligt bij mij dus echt op beide aspecten, de economische én ecologische transitie. Ik ben géén Europees Commissaris, en het is mijn taak om de voorzitter van de Europese Commissie te adviseren en de zaken zo ook sneller vooruit te doen gaan. Ik heb zelf géén beslissingsbevoegdheid, maar ik zal uiteraard nauw overleggen met de bevoegde commissarissen.’

Hoe is de voorzitter van de Europese Commissie bij u terecht gekomen?

‘Alvorens ik in het Europees parlement belandde, heb ik twintig jaar in het bedrijfsleven meegedraaid. Ik kan me dus perfect inleven in de uitdagingen waarmee onze bedrijven vandaag geconfronteerd worden. Toen de Green Deal vijf jaar geleden voor het eerst op tafel kwam, oogde de uitdaging al gigantisch. Vandaag, met Trump opnieuw aan de macht in de VS en de hete adem van de Chinezen in onze nek, is die transitie zo mogelijk nog een stuk lastige geworden. Ook al omdat de weerstand bij de brede bevolking ook is toegenomen.’

‘We moeten dus op zoek naar een brede politieke consensus, en ik vermoed dat ik Ursula von der Leyen er de voorbije jaren in het Europees Parlement van heb kunnen overtuigen dat ik bruggen kan bouwen. Met het bedrijfsleven, uiteraard, maar ook tussen alle Europese instellingen en over de de politieke families heen. Mijn volledige politieke kapitaal berust op het vertrouwen dat ik de voorbije 15 jaar hier heb opgebouwd. Dat kan vermoedelijk van pas komen op het moment dat Europa met een vertrouwenscrisis af te rekenen heeft.’

Bedrijven kreunen onder vaak absurde administratieve verplichtingen en betalen zich blauw aan dure consultants om de ESG-regelgeving te implementeren en te controleren. Zo bouw je natuurlijk niet meteen veel vertrouwen op.

Daar ben ik me absoluut van bewust. We moeten erkennen dat wetgevers nu eenmaal een soort natuurlijke afwijking hebben om zoveel mogelijk wetten en regeltjes op te leggen, net zo goed op Europees als op federaal of regionaal niveau. Want stel je eens voor dat we één mogelijke uitzondering of afwijking over het hoofd zouden zien! Willen we in Europa op economisch vlak opnieuw een stuk dynamischer worden, dan moet dit probleem dus absoluut worden aangepakt, daarin heeft u tweehonderd procent gelijk. Maar een vereenvoudigde regelgeving en meer ambitie staan elkaar absoluut niet in de weg, integendeel.’

Bent u klaar om het gevecht met de gigantische Europese bureaucratie en administratie aan te gaan?

Het gaat niet alleen over de administratie, ook de parlementsleden en de ministers die samen met ons de wetgeving vorm geven, zijn vaak in datzelfde bedje ziek. En grote bedrijven zetten massaal lobbyisten in, ook zij spelen dus hun rol in dat spel. En ik besef heel goed dat het vooral de kleinere kmo’s zijn die hiervan nu het grote slachtoffer zijn, zij hebben vaak middelen noch centen om al die regelgeving te verteren. Hiervoor zal ik dus ook nauw samenwerken met de bevoegde Europese commissaris, om te bekijken waar we de regelgeving kunnen versoepelen en verminderen. Bijvoorbeeld op vlak van duurzaamheidsrapportering.’

‘Want voor alle duidelijkheid: het is niet omdat we op dat vlak gigantisch veel verplichtingen opleggen vanuit Europa dat we ook sneller de beoogde resultaten bereiken. Ik wil dus minder regels en meer economisch dynamisme, zonder daarbij onze ambities af te zwakken.

Hoeveel tijd geeft u zichzelf daarvoor?

‘Moeilijk te zeggen, maar dat dit een absolute prioriteit is voor de nieuwe Europese Commissie, dat is wel duidelijk. Ik besef ook dat hier vanuit groene hoek met de nodige argwaan naar gekeken wordt, zij vrezen immers een geleidelijke verwatering van de Green Deal. Tegelijk zijn er de voorbije jaren natuurlijk nieuwe obstakels opgedoken voor die Green Deal – van de oorlog in Oekraïne tot de verkiezing van Trump – waardoor het enthousiasme over die transitie enigszins afgenomen is.’

‘Heel wat mensen vrezen ook dat het altijd dezelfde groepen zijn die voor de financiering ervan zullen moeten opdraaien. Ik zie het als mijn opdracht om aan beide Kanten het vertrouwen op te krikken én te behouden.’

Bij de recente Europese verkiezingen incasseerden de groene partijen een stevige tik, ze gingen van 75 naar 53 zetels in het EP. Dat is een duidelijk politiek signaal: hoe interpreteert u dit dan en wat betekent dit voor de ecologische transitie die u zelf altijd is blijven verdedigen?

‘Ik denk dat de voorzitter van de Commissie dit verkiezingsresultaat zelfs niet nodig had om te begrijpen dat de Green Deal almaar forsere tegenwind kreeg. We kunnen absoluut niet doen alsof er niets aan de hand is, en dus moeten we beter overleggen met de burgers en met het bedrijfsleven. Voor een transformatie en voor wetgeving die een dergelijke diepgaande impact heeft, kunnen we niet zomaar over één nacht ijs gaan of voortgaan op zeer nipte meerderheden in het parlement. Het vertrouwen moet nu hersteld worden.’

Als lid van de Europese Volkspartij zal Von der Leyen de komende jaren constant moeten schipperen tussen samenwerkingen met links of met rechts, van de Green Deal tot het migratiebeleid. Nu zijn zowel de rechtse strekking binnen de EVP als de centrumrechtse ECR-fractie (met daarin onder meer N-VA en de partij van Meloni, red) eerder koele minnaars van de Green Deal. En dus wordt het bijzonder lastig om duurzame meerderheden te bouwen.

‘Dat klopt. De EVP ligt in het midden van het bed en is dus onmisbaar, maar natuurlijk rekenen we ook op de groene fractie om de Green Deal mee uit te voeren. Gezien de verschuiving naar rechts zal het absoluut een stuk lastiger worden om voldoende grote meerderheden te vormen, dat besef ik. In deze Job – de laatste grote uitdaging in mijn carrière – zal ik dus vooral achter de schermen moeten werken. Ik kan geen groen boegbeeld meer zijn.’

De Nationale Bank kwam medio december met nieuwe cijfers waaruit blijkt dat de gemiddelde koopkracht in ons land de komende jaren amper nog zal stijgen, voornamelijk door de stijgende gas- en stroomprijzen. Die stijging is grotendeels een gevolg van het Europese pakket maatregelen dat energieleveranciers verplicht om emissierechten aan te kopen, een soort koolstoftaks dus. Zou het niet aangewezen zijn om deze maatregelen veel meer te spreiden in de tijd?

‘Die koolstoftaks zal vermoedelijk tot hogere energieprijzen leiden, daar moeten we niet flauw over doen. En dus is het wat mij betreft ondenkbaar dat we daarbij geen correctiemechanisme inbouwen voor dat gedeelte van de bevolking dat het vandaag al lastig heeft om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zal een combinatie worden van Europese, nationale en misschien zelfs regionale maatregelen.’

‘Tegelijk is de energietransitie zelf onhaalbaar zonder de invoering van die koolstoftaks. En ik vermoed dat iedereen er intussen wel van overtuigd is geraakt dat die transitie noodzakelijk is om de planeet te redden én dat ze onze Europese bedrijven ook een competitief voordeel kan opleveren wanneer we op dat vlak tot een technologische koploper kunnen uitgroeien.’

Goed, maar hoe hoog mag de prijs zijn die we daarvoor moeten betalen? Europese bedrijven maken zich almaar meer zorgen over de concurrentie vanuit de VS en China, en dus trekken ze hier weg of schroeven ze investeringen terug. Blijven hangen in oude technologie is geen optie, klink het dan, maar hoeveel welvaart willen we opofferen om die transitie te maken?

‘Het feit dat de energieprijzen hier nu een pak hoger liggen dan in de VS of in China is natuurlijk een extra motivatie om net sneller te schakelen in de energietransitie. De grote uitdaging bestaat er nu in om de overgangsperiode te overbruggen zonder al te veel kleerscheuren. Ook ik heb daarvoor geen magische toverformule of kant en klare antwoorden, maar ik geloof wél in onze collectieve intelligentie om dit probleem op te lossen. Kijk naar de autosector: Europese bedrijven hebben lang de kat uit de boom gekeken bij de omschakeling naar elektrische voertuigen, maar vandaag worden ze van de markt geconcurreerd door Chinese concurrenten.’

Ook en vooral omdat de Europese privé-koper die elektrische auto’s niet lust natuurlijk.

‘Juist, maar dat is het verhaal van de kip en het ei. Zodra je als autoproducent voldoende elektrische wagens kan produceren en verkopen, zullen ook de prijzen daarvan beginnen te zakken. We moeten het bestaande systeem dus voldoende onder druk zetten om het te doen veranderen. Zetten we té veel druk, dan stort het hele systeem in elkaar. Dat evenwicht vinden, daar ligt nu de grote uitdaging.’

Kunnen we het ons blijven veroorloven dat heel wat Europese bedrijven massaal vervuilende activiteiten delokaliseren om aan de strengere Europese normen te voldoen, in de wetenschap dat ze zo elders de concurrentie helpen organiseren en groeien?

‘Ik denk dat we op dat vlak ons lesje wel geleerd hebben. We hebben de voorbije jaren te vaak het probleem verplaatst, zonder het daarmee op te lossen. En tegelijk, dat klopt, verliezen we zo ook vaak onze knowhow. We hebben dus nood aan een echt Europees industriebeleid, daarover zijn de geesten intussen voldoende gerijpt, zeker na de pandemie. En natuurlijk komen we rijkelijk laat met dat inzicht, maar wat schieten we vandaag op met dat soort geweeklaag? We zullen samen het juiste evenwicht moeten vinden op dat vlak.’

Europa tekent vandaag voor zowat zes procent van de wereldwijde emissies: waarom willen we dan toch absoluut de beste leerling van de wereldklas zijn?

‘Omdat we enkel zo concurrentieel kunnen blijven tegenover de rest van de wereld. We willen toch niet dat Europa een soort van museum wordt, dat niet-Europeanen zich hier alleen komen vergapen aan onze mooie steden of waardevolle kunstschatten? Technologische innovaties, die op termijn voor werkgelegenheid en welvaart zorgen, komen vandaag haast alleen nog van buiten Europa. Dat zou tot heel grote bezorgdheid moeten leiden. Het roer moet dus om, en daarbij zullen we ook berekende risico’s moeten nemen. Een risicoloze transformatie, dat bestaat niet, en een netjes uitgetekend routeplan is er al evenmin. We zullen in Europa dus opnieuw de mouwen moeten leren opstropen.’

Naar boven

Paus Franciscus: ecologische bekering

Paus Franciscus zette zich actief in voor klimaatactie en pleitte voor een "ecologische bekering". Hij benadrukt dat klimaatverandering een urgent probleem is, vooral voor de armen, en bekritiseert landen die de meeste vervuiling veroorzaken. Zijn encycliek "Laudato Si'" uit 2015 en de recente "Laudate Deum" zijn belangrijke documenten die zijn visie op duurzaamheid en de relatie tussen mens en natuur uiteenzetten.

Kernpunten van paus Franciscus' klimaatdenken:

Klimaatverandering is een morele kwestie:

De paus ziet klimaatverandering niet alleen als een milieukwestie, maar ook als een kwestie van rechtvaardigheid en solidariteit, vooral jegens degenen die het meest getroffen worden door de gevolgen.

Verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid:

Hij benadrukt dat alles en iedereen met elkaar verbonden is en dat een duurzame samenleving gebouwd moet worden op solidariteit en zorg voor elkaar en de planeet.

Ecologische bekering:

Paus Franciscus roept op tot een verandering in levensstijl en een terugkeer naar een meer respectvolle relatie met de natuur.

Kritiek op het "technocratisch paradigma":

Hij bekritiseert het geloof dat technologische oplossingen op zichzelf voldoende zijn om de klimaatcrisis te overwinnen, en benadrukt dat een bredere aanpak nodig is.

Dringende oproep tot actie:

De paus roept regeringsleiders en individuen op om hun verantwoordelijkheid te nemen en actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Verbinding met spiritualiteit:

Hij benadrukt het belang van verbinding met de eigen spiritualiteit en het hart om een duurzamere levensstijl te ontwikkelen.

Concrete acties:

Paus Franciscus heeft niet alleen gesproken over klimaatverandering, maar ook initiatieven ondersteund, zoals de Laudato Si' beweging en interreligieuze oproepen tot actie.

In essentie roept Paus Franciscus op tot een fundamentele verandering in denken en handelen, waarbij solidariteit, respect voor de natuur en een duurzame levensstijl centraal staan.

Naar boven

 

 

Overzicht

Wie is Philippe Lamberts?

De mouwen opstropen

Ecologische bekering

Vraag stellen?

U kunt via deze website een vraag stellen aan de spreker. Als zij relevant is, wordt zij op de conferentie voorgelegd.

Stel de spreker een vraag.

Stel uw vraag